Biking Battles: Work never seemed so far away

So you accept your role as prey and see if you need to call on your other bunny friends. After putting down the foot on the pedal, you decide to go for it and join your fellow friends.

The start is a wide road, separated from the main car road. So it should be easy cruising through the sun (when it is there), however in reality it only means that you need to pay more attention to the cars trying to sneak into your biking lane. They are not even being sneaky. Acting like the predators they are (see The jungle road) they push you away while giving you the side eye to make sure you do not even touch their precious skin.

Furthermore, it is not entirely clear to you how much brain power bunnies have, but there are enough moments where it seems very low, yours included. The amount of curves you made along the road and scares you had by suddenly having scooters, cars or even buses making some or a lot of noise because of your maneuvers would make any normal person question your sanity. But adaptability is the highest means the ones lower down the pyramid have to make it, so you go along of course.

And then suddenly you have trees, shade and absolutely nothing else changes. The largest difference it makes is that you can play hide and seek with your opponents and startle innocent pedestrians. A real obstacle are the bus stops on the side. The people getting off seem like real mice crawling around, seemingly walking deliberately in front of your bike or freezing at your first sight. After toying with them for a bit, you decide to go for the last stretch.

It is a bridge. With two roads that need to be crossed, way too many traffic lights and very little patience. Whenever you see the chance, you just hop in between everything. This means paying most or your attention to where vehicles come from, not the stupid lights. You especially need to be careful when going against the (traffic) flow since everyone always seems to act as if this is a rarity. And if worse comes to worse and you need to cross the road without the traffic lights, just inch forward and try to look the drivers behind their wheels in the eye. You are one tough bunny!

You manage all that, and you will arrive at the oasis. Green everywhere, people fishing, cars slightly following the rules (since the military is watching or acting like they are) and silence. Oh and then you need to go to work. Nothing is perfect after all.

Biking battles: The jungle road

So before moving onto the long road, let us take a look at what kind of people are most often encountered on the Chinese roads. A comparison with the jungle is not strange, you have for example the predators:

  • The king of the jungle: Trucks, buses and any other vehicles which are heavy, large and intimidating. They cruise along, sometimes with people furiously shouting and/or honking but almost never stopping. They can suddenly lash out with their legs and doors, just to spite you. You know you should not challenge them too much. They have teeth and they bite. Although eating and hitting innocent people is still illegal of course…
  • Cheetahs: Very fast, lean and mean cars. Except, they belong on the Savannah or the open road. Not the clogged streets of Beijing. They roar loudly to let you know that they are dangerous, but barking dogs do not bite. Unless of course they suddenly have a precious piece of open road in front of them. Oh and you should not touch them. One scratch and you are gone.
  • Hyena’s: They are lagging behind, dealing with the leftovers. They are in great, huge numbers. Diverse, irritating and only slightly frightening. They are the ones tuktuks, scooters, bikers and even pedestrians dare to defy. When they hit, of course they hit hard. But as long as you stay out of reach…

So what about the prey?

  • Birds: You can go very fast, if you want to. You can almost manage to squeeze in between everything and anything. But just like some birds cannot fly, these birds often choose not to fly. Just carry on their daily business as they go excruciatingly slow and even slalom along the road while doing their best not to die multitasking. They do make a lot of noise however, whether they are moving or not. Would be nice if the sounds were as nice as birds’ twitter or songs.
  • Rabbits: They are quite harmless and with a growing number. They are usually a group of cyclists, some really put their foot down making noise, others are less brave and just sway from side to side. When they want to, speed is made and a lot of road covered. However, they are also quite single-minded. Just getting ahead already costs a lot of effort, so often following the rules or watching out are optional tasks.
  • Mice: When they are in a group, they have a lot of power. They can basically cross roads whenever they want, however they want. But if they move by themselves, they are the lowest on the foodchain. Literally everyone speeds past them and they are the first ones to take a hit. It also helps that they do not make it easy for themselves by being easily distracted by either eating, looking on their phone or checking their hair in the mirror.

In other words, the road to work is long, hard and dangerous. How to manage?

Li’s lievelingswoorden: Dinges

Nederlands is niet de mooiste taal. Het is mijn moedertaal, de taal waar ik het meeste in thuis ben, maar mooi is het zeker niet. Over talen zoals Frans, Spaans en Italiaans hoef je natuurlijk niet te discussiëren. Pure poëzie rolt daar over de tong, ongeacht wat de inhoud of betekenis van datgene wat gehoord wordt mag zijn.

Toegegeven, ik heb wat meer waardering voor Nederlands hier in het buitenland gekregen. Niets zo leuk dan in een in China vrij onbekende taal te praten, roddelen en becommentariëren. Jammer dat het vaak met Engels wordt verward, omdat veel Chinezen dat ook niet verstaan, maar de gezichtsuitdrukking wanneer taal en daarmee ook mijn nationaliteit worden onthuld is onbetaalbaar (vind meer over deze situaties in het Engels in deze post).

En ja, zodra je meer talen leert besef je des te beter welke woorden ontbreken in het Nederlands. Maar je realiseert je ook dat het Nederlands toch wel woorden heeft die je niet zou willen missen. Daarom hierbij een ode aan een van mijn lievelingswoorden: dinges.

din·ges (de; m,v; meervoud: dingesen)
(informeel) naam waarmee je personen of zaken aanduidt waarvan je de naam niet wilt of kunt noemen

Bron: vandale.nl

Misschien heeft het met de klank te maken. Het Engelse equivalent ‘thingy’ klinkt een beetje kinderachtig. Dat dingetje, nee dat is bij lange na niet stevig genoeg om een brede categorie aan te duiden. Misschien heeft het ermee te maken dat een deel van de Nederlandse aanwijswoorden met een d begint: die, deze, dit, dat. Dat allitereert wel mooi. Misschien omdat de vorm vloeibaar is. Je hebt een dinges, gaat dingesen, iets is dinges, de dinges in de dinges dingesen, moderne taalkunst.

Ik gebruik dit woord te pas en onpas, in moeder- en vreemde taal. Zo hebben mijn Chinese, Japanse, Koreaanse, Australische, Franse en Duitse vrienden die ik in China leerde kennen tijdens mijn studie allemaal in meerdere of mindere mate ervaring met dit woord. Het is voor een Nederlands woord ook nog eens best goed uit te spreken door buitenlanders.

In zekere zin zijn dit soort tussenwoorden op een bepaalde manier onbelangrijk en tegelijkertijd heel belangrijk voor een taal. Aan de ene kant heeft het geen invloed op grammatica, uitspraak of schrijfwijze. Maar het laat wel zien dat een taal leeft. Genoeg leeft om dit soort woorden nodig te hebben of dat de gebruikers in ieder geval deze behoefte hebben. En ja, als levende gebruiker van een levende taal dinges ik dus met heel mijn hart.

Samenwerking tussen hoofd en gevoel

Eigenlijk zouden ze het ondertussen wel onder de knie moeten hebben. Zo’n hoofd dat zegt: Dit gaan we doen!’ En een geruststellend gevoel dat dan gelijk meegaat en ‘Ja!’ zegt. Of als ja aanvoelt dan. Maar zo gemakkelijk is dat toch niet, samenwerken met jezelf. En dan kun je 30 keer per minuut ademhalen (want dat ontspant), dingen opschrijven in hanepoten (en vervolgens gefrustreerd raken over je eigen handschrift) of jezelf stevig toespreken (klinkt toch niet zo heel erg overtuigend).

In China wonen helpt eigenlijk niet erg bij dit proces. Veel Aziaten en ook de Chinezen excelleren juist in de scheiding tussen hoofd en gevoel. Daarom kunnen mensen zich in het weekend naar kantoor slepen als een vakantie gecompenseerd moet worden; staan ze toe dat ouders in het park naar de huwelijksmarkt gaan om hen aan een partner te helpen; kopen ze een hele winkel (of een heel vliegtuig) leeg om hun omgeving tevreden te stellen.

Nu rijst natuurlijk de vraag, in hoeverre is dit een probleem? Hoeveel kun je hier als buitenlander, de mindfullness tientallen jaren opzuigend, mee omgaan? Of wie weet, zelfs van leren?

Wat dat betreft is het een vrij paradoxale omgeving, waar wij hoofd en gevoel liefst zoveel mogelijk scheiden professioneel, maar combineren privé, draaien de Chinezen het precies om. Zo kan het zomaar zijn dat een Chinees van baan verwisselt vanwege baas of collega’s, maar braaf iedere keer met Chinees Nieuwjaar naar huis blijft gaan, ook al weet zij/hij wat voor spervuur aan vragen, eisen en ruzies dat meestal oplevert.

Waarom verschillen dit soort zaken altijd per cultuur en per persoon? Kijk ik naar mijn kat, dan is het leven gemakkelijk. Hoofd en gevoel werken niet alleen samen, maar lijken gewoon één. In dezelfde woorden te vangen. ‘Mens ik heb honger.’ ‘Waarom geef je mij geen eten?’ ‘Ben je nu pas thuis?’ ‘Ik ga op je springen alsof je een springkussen bent.’ ‘Het is tijd om te doen alsof mijn staart niet aan mij vast zit.’

Zeker ook iets voor te zeggen, dus ik hanteer voortaan in China kattengedrag. Op likken en brokjes moet ik nog wat oefenen. Op dat hoofd en gevoel ook wel trouwens.

Hoe een dag door te brengen zonder iets te doen?

Horen we het niet allemaal? Zeggen vrienden niet regelmatig: ‘Vandaag ga ik eens lekker helemaal niets doen!’ Of die traditionele zin: ‘Ja, even bijkomen, niets doen, genieten…’ Maar in het huidige tijdperk kunnen we allemaal wel wat hulp gebruiken. Hoe gaat dat nu, niets doen? Op de eerste dag van het nieuwe Chinese jaar, breng ik het antwoord!

Voorbereiding

  1. Het is belangrijk om dit soort dingen aan te kondigen. Mogelijk te herhalen bij zoveel mogelijk mensen.
  2. Bedenk in je hoofd het scenario. Denk aan blauwe luchten, groene grasvelden, wind door je haar, kabbelend water in de buurt. Het gaat om de stemming, niet om de werkelijkheid.
  3. Doe heel veel de dag ervoor, nuttig of niet. Het helpt om laat naar bed te gaan, (belachelijk) veel te eten, maar beter niet (belachelijk) veel te drinken want dan wordt het een dag niets doen met een kater. Daar heb ik geen tips voor.
  4. Zorg ervoor dat de ruimte(s) waarin je de dag gaat doorbrengen aangenaam zijn. Niet dat alles spik en span moet zijn, grote kans dat je toch haren achterlaat waar je ook gaat, maar wel fijn als je met blote voeten of minimale kleding kunt lopen zonder uit te hoeven kijken of schroom.
  5. Absorbeer ieders jaloezie en aanmoediging voor de grote dag.

Uitvoering

  1. Blijf in bed liggen. Tenzij je per ongeluk op de bank in een oncomfortabele positie in slaap bent gevallen. Ga dan in bed liggen.
  2. Negeer zoveel mogelijk alles en iedereen dat je op andere gedachten probeert te bedenken. Een kitten die je in de keuken hebt opgesloten bijvoorbeeld en keihard mauwend aangeeft dat zij wel graag iets wil doen. Stel prioriteiten.
  3. Sta op een gegeven moment op uit bed om enkele basisbehoeften te vervullen. WC, drinken, eten kitten tevreden stellen, laptop halen en aanzetten etc.
  4. Breng zoveel mogelijk tijd door op 1 plek. De mens mag dan geen winterslaap houden, we kunnen wel eens in de zoveel tijd minstens 1 dag doen alsof.
  5. Doe wat niet-essentiële klusjes tussendoor zodat je wel een goed gevoel hebt over je nietsdoen-dag. De was, kat te eten geven, vuilnis buiten de deur zetten.

Tips

  1. Ter extra ontspanning is een huisdier erg nuttig. Let er echter op dat dit ook averechts kan werken. Vooral jonge dieren doen graag iets, dus voor je het weet ga je daarin mee.
  2. Zorg ervoor dat het geluid zoveel mogelijk geminimaliseerd of aangenaam is. Voor zover je daar controle over hebt (achterstallig boren in de ochtend, praatgrage beestjes).
  3. Draag comfortabele kleding, ongeacht of het veel of weinig is (indien de omgeving waarin je je bevindt dat toelaat).
  4. Eet en drink genoeg. Laat dit soort dingen zoveel mogelijk naar je toekomen. Zelf dingen maken heb je nog genoeg tijd voor op andere dagen.
  5. Knuffel met mensen, of dieren. En praat online of in persoon tegen ze (afhankelijk van je nietsdoen-kledingstijl). Stel uitgebreid tentoon dat je niets aan het doen bent, dat je als normaal persoon deze bewuste keuze hebt gemaakt.

Wees er trots op dat je niets kunt doen! Velen missen deze broodnodige vaardigheid in het leven.

It is the second new year of the year!

Living in China has its advantages. You can eat 24 hours a day, you can cycle pretty much wherever you want, you can spit on the streets or pretty much everywhere (not that I do so of course, I am a proper educated lady) and you get to celebrate new year twice!

Granted, the first new year celebrations are quite anticlimactic. People do wish each other happy new year, there are parties, drinks and get-togethers but it is not the same. There are no fireworks, many people simply go to bed before 12 and the atmosphere is not there. No holidays, tomorrow is just another day, except with a few number changes.

For the real festivities, you need to look at the Lunar New Year (based on the Lunar calendar, of which I do not understand anything either). It generally takes place somewhere end of January-end of February-ish (wish it was one month!) and lasts about 7-10 days officially.

So what happens? The usual, millions of people are on the move, villages are (or should be) flooded with people, an amount of food and alcohol is consumed that reaches to the heaven, praying to the heavens by going to the temple, general happiness, joy and good quality family time (possibly with the added bonus of being pressured by family members to settle and get married).

You probably get the general idea, but how does it actually feel? I have no clue. I have no Chinese family I know and the previous times with Chinese New Year I was on an airport in Shenzhen (watching the KFC employees having hotpot at around 3AM and contemplating who had the saddest New Year) and afterwards in Taiwan (where there were temple festivities, but also mainly very quiet); and last year I was in Japan where I did go to Yokohama (the Chinatown of Tokyo so to say) but it is of course not the same. Oh yeah, and Chinese New Year celebrations in the Netherlands, which enlightened me that this existed at all.

But this year is different! I will be in Beijing! what to expect? Well, eating and making dumplings, most things in general to be closed, very empty streets, hopefully some fresh air, half the days off that the usual Chinese get (although we do not have to compensate) and a lot of noise (so perhaps a stressed kitten will get added to the mix). I actually thought of making new year’s resolutions again this morning. But then I did not really make any for the Western new year either. Except subconsciously to really stop with biting my nails (improving!), to write more (improving!) and to stay positive (improving!).

So I guess the only thing left to write is ‘Happy New Year!’ and keep on going in the year of the rooster!

Tijd en spontaniteit

Een paar maanden geleden herlas ik dit artikel over de perceptie van tijd in verschillende culturen.

Toen ik in Peking studeerde, kwam ik voor het eerst langere tijd in aanraking met echte verschillen in tijdsperceptie. Zo waren van de internationale studenten de Duitsers altijd stipt op tijd, ik (tellend als Nederlander) in ieder geval niet meer dan 10 minuten te laat en kwamen de Fransen gerust 30 of meer minuten te laat aanzetten zonder waarschuwing.

In mijn ogen is luiheid hier niet het probleem (hoewel een Duitser dat ook weer anders zou kunnen zien). Na uitgebreid overleg (poldermodel!) gaf onze Fransman aan dat dit zijn gedrag de gebruikelijke gang van zaken was in Frankrijk. Zo gedragen wij ons natuurlijk (meestal) naar de manier die in onze landen normaal en geaccepteerd is. Kortom, we hebben in Europa nog genoeg te heggelen en steggelen (alweer!) , laat staan met een land aan de andere kant van de oceaan.

Maar dan toch China. Ik moet zeggen, nu ik hier wat langer woon, waardeer ik de Chinese manier van plannen wel. Het doet me een beetje denken aan mijn jeugd in Echt, in Limburg waar mijn ouders de achterdeur altijd open hadden (en hebben) staan voor iedereen die even binnen wil lopen. Lekker spontaan, niet teveel gedoe en ongedwongen.

Laten we eea even vergelijken:

Afspreken met Nederlanders

  1. Idealiter geeft een van beiden 3 weken van tevoren aan dat er afgesproken gaat worden.
  2. Vervolgens vindt de traditionele ‘kalenderuitwisseling’ plaats. Meestal zijn er in de komende drie weken minstens 5 dagen per persoon waarop iemand niet kan. Het is belangrijk om van iedere dag te benoemen welke activiteit plaatsvindt/waarom je niet kunt. Als we elkaar niet te zien krijgen, zijn we in ieder geval alweer iets meer op de hoogte van elkaar.
  3. Als je geen geschikte datum kunt vinden, bedank elkaar en spreek de hoop uit elkaar toch weer een keer te zien. Als je wel een datum kunt vinden, bespreek waar, wie en wanneer.
  4. In principe is het wenselijk om 10 minuten te vroeg, op tijd, of maximaal 10 minuten te laat aan te komen.
  5. Eventueel kan het voorkomen dat je niet kunt, laat dit op tijd (meestal 10-5 dagen) van tevoren weten.

Afspreken met Chinezen

  1. Maximaal 3 of 4 dagen van tevoren vragen om af te spreken. Ik had het een keer met een vriendin over volgende week, toen zei ze: ‘Oh zo lang nog. Daar hoeven we volgende week pas naar te kijken.’
  2. Stel een dag voor, of een reeks dagen. Een van de dagen is ongetwijfeld goed. Of je kunt aansluiten. Of alleen samen eten. Eten kan altijd.
  3. Als je de hele week voorbij bent, maar onverhoopt geen datum hebt, zeg dan dat je later nog eens kijkt. Dit kan volgende week zijn, maar ook enkele weken later. Als je wel kunt, spreek af waar je gaat eten.
  4. In principe kom je op tijd. Maar je kunt ook 30 minuten van tevoren aangeven dat je 10 minuten later komt. Of 30 minuten. Of 1,5 uur van tevoren laten weten dat het niet meer gaat lukken. Allemaal opties.
  5. Je kunt altijd last minute mensen meenemen. Of achterwege laten.

Nu is kort plannen niet altijd even praktisch, maar het schept ook mogelijkheden. In zekere zin maakt het het leven een stuk verrassender (alsof wonen in een ander land nog niet spannend genoeg is) en is het een stuk spontaner. Zo heb je de hele week vrij, maar snel genoeg vult die zich vanzelf wel naarmate de dagen vorderen. En de weken daarna, en de maanden en jaren. Zo gaat het maar door het hele jaar. Want Chinezen zien tijd als een cyclus. Maar dat voor een andere keer.