Opvoeden doe je samen

Okee in Nederland hebben we een zorgmaatschappij. Dat betekent dat we voor elkaar zorgen en dat de overheid ook een duit in het zakje doet. Nederlanders in het buitenland met visumproblemen helpen, zorgen dat iedereen naar school kan of een toegankelijk gezondheidssysteem.

In China doet de overheid ook duiten in het zakje. Sterker nog, het zakje, de duiten en de hand die ze erin doet zijn ongetwijfeld allen eraan gelieerd. Economie, kunst of religie heeft allemaal een politieke component hier. Maar ook in het dagelijks leven kom je de overheid geregeld tegen. Spandoeken met motiverende teksten, borden met waarschuwingen of de minilegers aan bewakers, politie en soldaten die overal rondlopen.

En iedereen doet mee, beroemd of niet. Ik heb op dit moment geen televisie, maar toen ik nog wel eens tv keek, kwamen regelmatig opvoedkundige reclames voorbij. Een dame die kanker overleeft en er weer bovenop komt dankzij de blije, invoelende vrijwilligers. Kinderen die alleen maar grijze tekeningen maken van hun omgeving door alle vervuiling om hen heen. Maar alles wordt op magische wijze opgelost. Door gehoorzame burgers, vreedzaam beleid met dank aan de overheid.

Recentelijk zijn ze ook begonnen met het afspelen van korte clips in de bioscoop voor de film. Er worden sowieso zeilen bijgezet om iedereen in het gareel te krijgen als er belangrijke zaken aankomen. Partijcongressen, machtswisselingen of interne spanningen bijvoorbeeld. Kosten noch moeite worden gespaard om iedereen mee te krijgen. Internationale Chinese beroemdheden mogen de partijboodschap verkondigen, meneer Xi is ineens in de kleinste dorpjes te vinden en je VPN is ineens supertraag.

Op een licht anarchistische buitenlander zoals mezelf, werkt dit behoorlijk op de lachspieren. In Nederland werken de partijspotjes al voor geen ene moer. Politici die ineens bereikbaar lijken, samen naar een betere wereld toewerken. Natuurlijk moeten we dat doen en een beetje samenwerking met de overheid kan geen kwaad. Maar opvoeden, daar hebben mijn ouders al genoeg tijd aan besteed. Daar heb ik de overheid nou net niet voor nodig.

Oud en ongetrouwd

Ja, ik kan wel grappen en doen alsof ik het niet serieus meen, maar bovenstaande slaat toch allereerst op mezelf. Nu ik nog op het midden tussen 25 en 30 zit, kan ik nog meedoen met iedereen die 30 als het rampgetal ziet. Waarop je gelijk een fossiel wordt en prompt versteend op één plek komt te zitten, vastgeketend door werk, gezin en verplichtingen.

Hoe de werkelijkheid in elkaar zit, zullen we vanzelf merken. Maar in China zou voor mij natuurlijk de ramp allang zijn begonnen. Gelukkig kan ik me ervan verzekeren dat mijn ouders daadwerkelijk grappen als ze over huwelijksadvertenties of blind dates beginnen. Zoals tegenwoordig steeds breder bekend, ligt die situatie in China wel anders.

Zelf ben ik nooit zozeer geïnteresseerd geweest in het huwelijk. Misschien had het ermee te maken dat mijn moeder geen sprookjestrouwjurk in de verkleedkist had liggen, maar een hippie-achtig fladderkleed. Mijn barbiepoppen heb ik nooit met elkaar laten trouwen, hoewel ze volgens mij wel vreemdgingen. Wel zo gemakkelijk als je geen trouwjurk hebt, maar wel een sappig verhaal wilt vertellen.

In het dagelijks leven word ik zelden gevraagd of ik getrouwd ben. Kennelijk weet ik mijn ongetrouwde status vrij waarheidsgetrouw over te brengen. Maar de frequentie waarmee de woorden huwelijk en trouwen vallen in de gesprekken die ik voer, is behoorlijk hoog. Per toeval zijn de meeste van mijn vrienden niet getrouwd en is vaak ook nog niet aan de randvoorwaarden (stabiel inkomen, huis, partner) voldaan. Er zijn echter zeker (toch vooral) dames die op zoek zijn. Vanwege intrinsieke en extrinsieke motivaties.

Hoewel trouwen in Nederland misschien minder prominent in de gesprekken voorkomt, is het hebben van een partner wel degelijk een bepaalde verwachting. Ondertussen ben ik al meer dan 5 jaar partnerloos (hoewel ik nu 1 jaar samen ben met mijn kat, we hebben elkaar goed leren kennen) en het is opvallend hoe hier tegenaan wordt gekeken.

Ongeacht of het in China of in Nederland is, meestal wordt er vanuit gegaan dat je doel toch is om met iemand samen te zijn. Ik heb wel meerdere keren gehad dat ik zei: “Ik heb geen vriend of vriendin.” en dat de ander zei: “Zo iemand als jij vindt snel genoeg iemand.” Een soort verkapt compliment. Het klinkt een beetje alsof een gedachte als “Ja je bent wel een leuk persoon, maar zonder partner toch niet echt compleet hè.” erachter zit.

Nou ben ik niet de gehele tijd vrijwillig alleen geweest, maar het vreet ook niet zozeer aan me dat ik het heel actief probeer te veranderen. Waarschijnlijk is dat een van de redenen waarom er nog geen rij voor mijn deur staat met kandidaten om te beoordelen. Voorlopig houd ik het bij 1 kat. Als dat aantal ooit groeit tot 5 of meer, dan is het misschien tijd om eens verder te kijken.

Dagboek van Moek: 19/20/21 februari 2017

19 februari: Meestal moet ik al naar de slaapkamer in een van de onderstaande situaties:

  1. Mens is eindelijk gaan liggen dus ik kan me tussen haar benen nestelen met soms een aai hier en daar en wat gestrekte klauwen.
  2. Ik ben echt vet druk door het huis aan het rennen en actief aan het zijn. Ik ben tenslotte een nachtdier.
  3. Er wordt met me gespeeld. JA JA JA!

Maar goed, dan moet ik er dus toch aan geloven uiteindelijk. Bij het verschuiven van een van mijn krabpalen krijg ik al zo’n vaag voorgevoel. De bank is altijd een goede plek om dan te doen alsof ik er niet ben, onder dat doek helemaal onzichtbaar. Met klauwen die ik kan uitslaan als een hand mij dan toch beslist er onderuit wil halen.

Mens begrijpt mij echter wel. Ze rammelt met het voederblik en gooit wat brokjes als sneeuwvlokken in mijn speeldoos. Dan zit ik toch weer waar ze me wil hebben, verdorie…

20 februari: Mens staat altijd zó laat pas op. Ik begin al wat vroeger te mauwen, meestal rond een uur of 4 in de ochtend. Een vrij respectabele tijd, al zeg ik het zelf. Dan kan ik over mijn dromen praten en vertellen wat ik wel niet heb gedaan in de tussentijd, tot ik een vaag geluidje uit de kamer hoort wat aantoont dat zij ook eindelijk echt wakker is. Echt veel actie gebeurt er echter niet, dus ik blijf maar gewoon heel hard ‘Hallo?’ ‘Hallo!’ ‘HALLO!’ ‘HALLLOOOOOO!!!!’ roepen. Opstaan moet ze toch.

En een honger die ik heb. Mijn maag kan zo zijn eigen gesprek voeren. Dus ik slinger rond voeten, voel niet eens of ze op mijn lichaam, dan wel de grond stappen, maar soms verdwijnt Mens gewoon achter een deur. Die dichtgaat! Nou, dan kan ik wel blijven doorgaan. ‘Hallo?’ ‘Hee, hallo, kom eens.’ ‘Waar ben je?’ ‘Besteed aandacht aan mij!’ Nou en dan komt ze eindelijk tevoorschijn en reikt haar hand toch in de magische kast. En dan gaan de brokjes in het bakje, maar dan mag ik er nog niet bij. Eerst moet ik iets doen dat ‘zit’ is. Ze zegt het wel 10 keer, totdat ze vindt dat ik het echt doe. Nouja, het zal wel. Ik wil gewoon eten.

21 februari: Ze was vandaag alweer laat thuis. Nouja, ik ben een brave poes, dus ik verwelkomde haar bij de deur zoals altijd. Ze moet altijd zoveel dingen doen als ze binnenkomt, dingen wegleggen, uittrekken, pakken, ik ben blij dat ik geen mens ben.

En nadat alles is neergelegd, aangetrokken en gepakt is het nog steeds niet goed. Een watermachine maakt geluidjes er komt water uit en dat gaat weer ergens in. Hmmm, het lijkt drinkbaar, maar toch niet voor mij. En er wordt weer opgestaan, rondgelopen, oh nu gaat ze zitten. AAN DE KEUKENTAFEL? Urgh, de enige plek zo ongeveer waar ik niet op mag.

Dus stiekem mijn kopje aan de andere kant er bovenuit steken. Ik hoor gelach, zie een mobiel bewegen. Dat wil ik niet, IK WIL ETEN!

Okee, een paar pogingen ergens op te springen en dan met hangende pootjes verwijderd worden, laat maar. *zucht* dit wordt hem niet. Dan maar wachten.

Ennn ja! Eindelijk, ze is klaar. Er wordt op bed gezeten, onder een blauwe deken. Ik loop eerst even warm over de laptop en dan krul ik me toch maar op. Mmm, lekker slapen in haar schoot. Nu het kan.

Samenwerking tussen hoofd en gevoel

Eigenlijk zouden ze het ondertussen wel onder de knie moeten hebben. Zo’n hoofd dat zegt: Dit gaan we doen!’ En een geruststellend gevoel dat dan gelijk meegaat en ‘Ja!’ zegt. Of als ja aanvoelt dan. Maar zo gemakkelijk is dat toch niet, samenwerken met jezelf. En dan kun je 30 keer per minuut ademhalen (want dat ontspant), dingen opschrijven in hanepoten (en vervolgens gefrustreerd raken over je eigen handschrift) of jezelf stevig toespreken (klinkt toch niet zo heel erg overtuigend).

In China wonen helpt eigenlijk niet erg bij dit proces. Veel Aziaten en ook de Chinezen excelleren juist in de scheiding tussen hoofd en gevoel. Daarom kunnen mensen zich in het weekend naar kantoor slepen als een vakantie gecompenseerd moet worden; staan ze toe dat ouders in het park naar de huwelijksmarkt gaan om hen aan een partner te helpen; kopen ze een hele winkel (of een heel vliegtuig) leeg om hun omgeving tevreden te stellen.

Nu rijst natuurlijk de vraag, in hoeverre is dit een probleem? Hoeveel kun je hier als buitenlander, de mindfullness tientallen jaren opzuigend, mee omgaan? Of wie weet, zelfs van leren?

Wat dat betreft is het een vrij paradoxale omgeving, waar wij hoofd en gevoel liefst zoveel mogelijk scheiden professioneel, maar combineren privé, draaien de Chinezen het precies om. Zo kan het zomaar zijn dat een Chinees van baan verwisselt vanwege baas of collega’s, maar braaf iedere keer met Chinees Nieuwjaar naar huis blijft gaan, ook al weet zij/hij wat voor spervuur aan vragen, eisen en ruzies dat meestal oplevert.

Waarom verschillen dit soort zaken altijd per cultuur en per persoon? Kijk ik naar mijn kat, dan is het leven gemakkelijk. Hoofd en gevoel werken niet alleen samen, maar lijken gewoon één. In dezelfde woorden te vangen. ‘Mens ik heb honger.’ ‘Waarom geef je mij geen eten?’ ‘Ben je nu pas thuis?’ ‘Ik ga op je springen alsof je een springkussen bent.’ ‘Het is tijd om te doen alsof mijn staart niet aan mij vast zit.’

Zeker ook iets voor te zeggen, dus ik hanteer voortaan in China kattengedrag. Op likken en brokjes moet ik nog wat oefenen. Op dat hoofd en gevoel ook wel trouwens.

Daar wordt een mens blij van

Natuurlijk specifiek een mens genaamd Li-Anne. Met het nieuwe jaar net begonnen, uiteraard vol goede moed, is het niet verkeerd een soort februari-evaluatiemoment in te richten. Zeker voordat de Valentijnsdagpromoties weer keihard beginnen en ik op iedere hoek van de straat geconfronteerd wordt met kaarten, chocola en cadeaus die ik aan niemand stuur en van niemand krijg. Behalve mijn ouders natuurlijk. Of nee, laat maar. Daar heb ik ook al 5 jaar geen Valentijnskaart meer van gekregen.

Maar er zijn ook dingen op te noemen, zeker in China, waar ik wel blij van wordt. Zoals:

  1. Hotpot
  2. Japans eten
  3. Jianbing
  4. Baozi
  5. Peking eend
  6. Bubble tea
  7. Caramel latté (met extra suiker want ik ben geen koffiedrinker)
  8. Mala Xiangguo
  9. KFC Old Beijing Wrap
  10. Chinese thee (die je tot het oneindige kunt bijvullen, JA!)

Oh, je wilde dingen weten die niet met eten te maken hebben? Zeg dat dan!

  1. Frisse lucht (nu al bijna 3 weken lang met Chinees Nieuwjaar. Adem in, adem uit)
  2. Fietsen in de frisse lucht (ik blijf toch een ((nep))Nederlander)
  3. Rondlopen in de hutongs (voor een zeldzaam moment van rust)
  4. Met mijn kat series/films kijken (voor een zeldzaam moment van rust)
  5. Mensen over de vloer hebben net nadat ik heb schoongemaakt (waarna dat laatste weer opnieuw kan beginnen)
  6. 1,5 uur lunchpauze hebben (want in China eet ik praktisch altijd 3 keer per dag warm, JA!)
  7. Chinezen die ongeacht de gelegenheid, plaats en tijd altijd eten meenemen
  8. Met gezelschap in een koffietentje hangen en in hard Nederlands op alles commentaar geven
  9. Doen alsof ik Chinees ben en ook zo worden behandeld
  10. Eindeloos in bed liggen, rollen, zitten, werken en eten omdat ik een tweepersoonsbed voor mij en mijn kat alleen heb.

En het is bijna weekend. Dat wordt pas echt genieten!

Tijd en spontaniteit

Een paar maanden geleden herlas ik dit artikel over de perceptie van tijd in verschillende culturen.

Toen ik in Peking studeerde, kwam ik voor het eerst langere tijd in aanraking met echte verschillen in tijdsperceptie. Zo waren van de internationale studenten de Duitsers altijd stipt op tijd, ik (tellend als Nederlander) in ieder geval niet meer dan 10 minuten te laat en kwamen de Fransen gerust 30 of meer minuten te laat aanzetten zonder waarschuwing.

In mijn ogen is luiheid hier niet het probleem (hoewel een Duitser dat ook weer anders zou kunnen zien). Na uitgebreid overleg (poldermodel!) gaf onze Fransman aan dat dit zijn gedrag de gebruikelijke gang van zaken was in Frankrijk. Zo gedragen wij ons natuurlijk (meestal) naar de manier die in onze landen normaal en geaccepteerd is. Kortom, we hebben in Europa nog genoeg te heggelen en steggelen (alweer!) , laat staan met een land aan de andere kant van de oceaan.

Maar dan toch China. Ik moet zeggen, nu ik hier wat langer woon, waardeer ik de Chinese manier van plannen wel. Het doet me een beetje denken aan mijn jeugd in Echt, in Limburg waar mijn ouders de achterdeur altijd open hadden (en hebben) staan voor iedereen die even binnen wil lopen. Lekker spontaan, niet teveel gedoe en ongedwongen.

Laten we eea even vergelijken:

Afspreken met Nederlanders

  1. Idealiter geeft een van beiden 3 weken van tevoren aan dat er afgesproken gaat worden.
  2. Vervolgens vindt de traditionele ‘kalenderuitwisseling’ plaats. Meestal zijn er in de komende drie weken minstens 5 dagen per persoon waarop iemand niet kan. Het is belangrijk om van iedere dag te benoemen welke activiteit plaatsvindt/waarom je niet kunt. Als we elkaar niet te zien krijgen, zijn we in ieder geval alweer iets meer op de hoogte van elkaar.
  3. Als je geen geschikte datum kunt vinden, bedank elkaar en spreek de hoop uit elkaar toch weer een keer te zien. Als je wel een datum kunt vinden, bespreek waar, wie en wanneer.
  4. In principe is het wenselijk om 10 minuten te vroeg, op tijd, of maximaal 10 minuten te laat aan te komen.
  5. Eventueel kan het voorkomen dat je niet kunt, laat dit op tijd (meestal 10-5 dagen) van tevoren weten.

Afspreken met Chinezen

  1. Maximaal 3 of 4 dagen van tevoren vragen om af te spreken. Ik had het een keer met een vriendin over volgende week, toen zei ze: ‘Oh zo lang nog. Daar hoeven we volgende week pas naar te kijken.’
  2. Stel een dag voor, of een reeks dagen. Een van de dagen is ongetwijfeld goed. Of je kunt aansluiten. Of alleen samen eten. Eten kan altijd.
  3. Als je de hele week voorbij bent, maar onverhoopt geen datum hebt, zeg dan dat je later nog eens kijkt. Dit kan volgende week zijn, maar ook enkele weken later. Als je wel kunt, spreek af waar je gaat eten.
  4. In principe kom je op tijd. Maar je kunt ook 30 minuten van tevoren aangeven dat je 10 minuten later komt. Of 30 minuten. Of 1,5 uur van tevoren laten weten dat het niet meer gaat lukken. Allemaal opties.
  5. Je kunt altijd last minute mensen meenemen. Of achterwege laten.

Nu is kort plannen niet altijd even praktisch, maar het schept ook mogelijkheden. In zekere zin maakt het het leven een stuk verrassender (alsof wonen in een ander land nog niet spannend genoeg is) en is het een stuk spontaner. Zo heb je de hele week vrij, maar snel genoeg vult die zich vanzelf wel naarmate de dagen vorderen. En de weken daarna, en de maanden en jaren. Zo gaat het maar door het hele jaar. Want Chinezen zien tijd als een cyclus. Maar dat voor een andere keer.

Want een goed begin is het halve werk

Hmmm bloggen, over alles. Dat is toch wel anders dan een reisverslag, een achtergrondartikel of een universiteitsblog.

Eigenlijk sta ik mezelf er wel op voor dat ik gedisciplineerd ben. Ik drink en rook niet, doe geen drugs, sport braaf een keer of 3 à 4 per week en eet eens per week een appel. Maar op de een of andere manier is het altijd moeilijk om een ritme te houden met dingen die je leuk vindt. Schrijven dus. Ik heb mezelf al ontelbare keren voorgehouden eens goed te gaan zitten voor een artikel. Om maar niet een blog te starten want dat stokt binnen de kortste keren (verwijst naar reisverslag hierboven). Me onder andere mensen te scharen zodat ik extra motivatie heb om te schrijven.

Maar wie weet komt het dit keer allemaal goed. Een nieuw jaar, een nieuw begin en zoveel indrukken om te beschrijven, die ik beter hier kan neerpennen omdat ik mijn eigen redacteur ben. Hopelijk bezorg ik mezelf snel en regelmatig een beetje werk :)!

First things first.

Na een tijdje de verleiding te hebben weerstaan, begin ik toch maar een eigen blog met naam in titel enzo. Ik ben eigenlijk altijd van mening dat het veel prettiger is om voor anderen, met anderen, onder anderen te werken. Als je het zelf moet regelen, is een zekere discipline nodig, die niet altijd aanwezig is.

Maar zulke dingen kunnen dus getraind worden, vandaar dit blog. Over China en meer. Hartstikke leuk, komt dat lezen!