Wat een weer is het weer

Belangrijke aankondiging: Ongeveer sinds mei 2017, is het vandaag weer eens voor het eerst onder de 20 graden in Peking. De winterjassen mogen weer tevoorschijn komen, de deken kan weer op het bed en poes kan weer een dikke vacht gaan groeien.

Alle gekheid op een stokje, het scheelt wel weer een graad of 10 met de temperatuur van gisteren. Deze stijgingen en dalingen horen bij het leven in Peking (naast de andere ups en downs die je al beleeft). Een van de redenen waarom het meer zin heeft om het weersbericht wat actiever te volgen.

Een andere reden is natuurlijk de luchtkwaliteit. Over het algemeen laat ik me er graag op voorstaan dat het weer me niet zoveel uitmaakt. Warm, koud, droog, nat het is allemaal relatief nietwaar? Maar sinds ik in China ben, volg ik het toch vrij actief. Of er zit in ieder geval wel wat meer urgentie achter de vraag: Wat voor weer is het vandaag?

Nu lijkt de gemiddelde Nederlander toch wel vrij gefocust op het weer. Misschien komt het door het (vermeende) gebrek aan zon dat in (delen van) ons land geldt. Het stereotype dat Nederlanders gelijk naar buiten gaan bij de eerste zonnestralen, is in ieder geval zeker voor een groot deel waarheid.

Uiteraard is het weer in Nederland natuurlijk ontzettend mild. Met een beetje geluk komt daar verandering in als de klimaatverandering een beetje meewerkt, maar vooralsnog zijn het vooral milde winters en zomers, nat het hele jaar door. Daar ben je in Peking mooi vet mee, met behoorlijk koude winters, snikhete zomers, een regenseizoen (dat zich dit jaar goed laat gelden), reguliere windvlagen uit Mongolië en haast non-existente herfsten en lentes.

En dat is dan enkel wat het weer doet, de omgeving past zich daar ook nog op een andere manier op aan. Dik ingepakt in de winter, dik ingepakt in de zomer. Ijskoud in elk overdekt etablissement in de zomer, snikheet in de winter zodat je bijna je zomerkleding weer aan wilt trekken. Kortom, naast het leven, zorgt het weer ook voor genoeg spanning en vermaak.

Opvoeden doe je samen

Okee in Nederland hebben we een zorgmaatschappij. Dat betekent dat we voor elkaar zorgen en dat de overheid ook een duit in het zakje doet. Nederlanders in het buitenland met visumproblemen helpen, zorgen dat iedereen naar school kan of een toegankelijk gezondheidssysteem.

In China doet de overheid ook duiten in het zakje. Sterker nog, het zakje, de duiten en de hand die ze erin doet zijn ongetwijfeld allen eraan gelieerd. Economie, kunst of religie heeft allemaal een politieke component hier. Maar ook in het dagelijks leven kom je de overheid geregeld tegen. Spandoeken met motiverende teksten, borden met waarschuwingen of de minilegers aan bewakers, politie en soldaten die overal rondlopen.

En iedereen doet mee, beroemd of niet. Ik heb op dit moment geen televisie, maar toen ik nog wel eens tv keek, kwamen regelmatig opvoedkundige reclames voorbij. Een dame die kanker overleeft en er weer bovenop komt dankzij de blije, invoelende vrijwilligers. Kinderen die alleen maar grijze tekeningen maken van hun omgeving door alle vervuiling om hen heen. Maar alles wordt op magische wijze opgelost. Door gehoorzame burgers, vreedzaam beleid met dank aan de overheid.

Recentelijk zijn ze ook begonnen met het afspelen van korte clips in de bioscoop voor de film. Er worden sowieso zeilen bijgezet om iedereen in het gareel te krijgen als er belangrijke zaken aankomen. Partijcongressen, machtswisselingen of interne spanningen bijvoorbeeld. Kosten noch moeite worden gespaard om iedereen mee te krijgen. Internationale Chinese beroemdheden mogen de partijboodschap verkondigen, meneer Xi is ineens in de kleinste dorpjes te vinden en je VPN is ineens supertraag.

Op een licht anarchistische buitenlander zoals mezelf, werkt dit behoorlijk op de lachspieren. In Nederland werken de partijspotjes al voor geen ene moer. Politici die ineens bereikbaar lijken, samen naar een betere wereld toewerken. Natuurlijk moeten we dat doen en een beetje samenwerking met de overheid kan geen kwaad. Maar opvoeden, daar hebben mijn ouders al genoeg tijd aan besteed. Daar heb ik de overheid nou net niet voor nodig.

Oud en ongetrouwd

Ja, ik kan wel grappen en doen alsof ik het niet serieus meen, maar bovenstaande slaat toch allereerst op mezelf. Nu ik nog op het midden tussen 25 en 30 zit, kan ik nog meedoen met iedereen die 30 als het rampgetal ziet. Waarop je gelijk een fossiel wordt en prompt versteend op één plek komt te zitten, vastgeketend door werk, gezin en verplichtingen.

Hoe de werkelijkheid in elkaar zit, zullen we vanzelf merken. Maar in China zou voor mij natuurlijk de ramp allang zijn begonnen. Gelukkig kan ik me ervan verzekeren dat mijn ouders daadwerkelijk grappen als ze over huwelijksadvertenties of blind dates beginnen. Zoals tegenwoordig steeds breder bekend, ligt die situatie in China wel anders.

Zelf ben ik nooit zozeer geïnteresseerd geweest in het huwelijk. Misschien had het ermee te maken dat mijn moeder geen sprookjestrouwjurk in de verkleedkist had liggen, maar een hippie-achtig fladderkleed. Mijn barbiepoppen heb ik nooit met elkaar laten trouwen, hoewel ze volgens mij wel vreemdgingen. Wel zo gemakkelijk als je geen trouwjurk hebt, maar wel een sappig verhaal wilt vertellen.

In het dagelijks leven word ik zelden gevraagd of ik getrouwd ben. Kennelijk weet ik mijn ongetrouwde status vrij waarheidsgetrouw over te brengen. Maar de frequentie waarmee de woorden huwelijk en trouwen vallen in de gesprekken die ik voer, is behoorlijk hoog. Per toeval zijn de meeste van mijn vrienden niet getrouwd en is vaak ook nog niet aan de randvoorwaarden (stabiel inkomen, huis, partner) voldaan. Er zijn echter zeker (toch vooral) dames die op zoek zijn. Vanwege intrinsieke en extrinsieke motivaties.

Hoewel trouwen in Nederland misschien minder prominent in de gesprekken voorkomt, is het hebben van een partner wel degelijk een bepaalde verwachting. Ondertussen ben ik al meer dan 5 jaar partnerloos (hoewel ik nu 1 jaar samen ben met mijn kat, we hebben elkaar goed leren kennen) en het is opvallend hoe hier tegenaan wordt gekeken.

Ongeacht of het in China of in Nederland is, meestal wordt er vanuit gegaan dat je doel toch is om met iemand samen te zijn. Ik heb wel meerdere keren gehad dat ik zei: “Ik heb geen vriend of vriendin.” en dat de ander zei: “Zo iemand als jij vindt snel genoeg iemand.” Een soort verkapt compliment. Het klinkt een beetje alsof een gedachte als “Ja je bent wel een leuk persoon, maar zonder partner toch niet echt compleet hè.” erachter zit.

Nou ben ik niet de gehele tijd vrijwillig alleen geweest, maar het vreet ook niet zozeer aan me dat ik het heel actief probeer te veranderen. Waarschijnlijk is dat een van de redenen waarom er nog geen rij voor mijn deur staat met kandidaten om te beoordelen. Voorlopig houd ik het bij 1 kat. Als dat aantal ooit groeit tot 5 of meer, dan is het misschien tijd om eens verder te kijken.

Fan van flexibiliteit

Sinds ik in China zit, zijn er twee dingen zeker flexibeler: Mijn lichaam en mijn geest. Ik ben regelmatig aan het sporten, omdat ik regelmatig ongezond eet en dat moet compenseren. Een zekere flexibiliteit van geest ontwikkel je vanzelf als je een (langere) tijd in het buitenland woont of in een andere cultuur probeert te integreren.

Nu heb ik over sporten in China al eerder geschreven, en dan met name het verschil in de methodes die ze hier hanteren. Nu is het aan de ene kant zo dat je niet echt tijd hebt om aan iets anders dan pijn te denken als er een perfect, slank doch gespierd vrouwelijk lichaam het jouwe plat ligt te drukken voor 10 onmetelijk lange secondes. Aan de andere kant bekruipt me op zulke momenten toch wel degelijk het gevoel ‘waar doe ik dit eigenlijk voor?’

Toen ik nog niet zo lenig was, maakte dat me niet ongelukkig. De Chinezen staan in Nederland toch minder bekend om hun lenigheid dan om hun zogenaamde Chinese eten. Nu ik omringd ben door daadwerkelijk Chinees eten en een hoop ontzettend lenige Chinezen, is er ergens wel een drang om erbij te horen.

Ik grapte in Nederland wel vaker dat ik een van de stijfste Aziaten was die je kon ontmoeten. Nu ik eenmaal in China mezelf letterlijk in allerlei bochten wring, is dat gelukkig niet altijd meer het geval. Tijdens de lessen zijn we ook niet heel functioneel bezig. De situaties waarin het voor mij nodig zal zijn om een split, spagaat, of brug te maken zullen (hopelijk) zeer beperkt zijn. Op weg naar werk zie ik wel regelmatig enkele oudere (65+) mannetjes hun benen in spagaat over de brug strekken. Dat is echter niet een houding die ik direct van plan ben te imiteren.

En tegenover de slanke, lenige dames waarmee ik mij met enige regelmaat omring, staan ook de steeds grotere aantallen echt brede gevallen die in geen enkele bocht meer te persen zijn. Voorlopig pas ik ook nog niet in een koffer, maar de mogelijkheid toch meer delen van mezelf aan te raken geeft ook een grote vrijheid.

Ik verkies jou!

Ja, het is zover. De Tweede Kamer Verkiezingen vinden vandaag plaats in Nederland. Dit is het moment voor de burgers, om je plicht en recht te vervullen en te gaan stemmen. Okee, behalve als je braaf volgens de procedure je hebt geregistreerd maar niet je stembewijs en biljet hebt gekregen. Dan mág je niet eens je ding doen.

Tot een jaar of 2,3 geleden, was ik maar minimaal geïnteresseerd in de politiek. Ik heb wel in de verkiezingen van 2012 gestemd, relatief strategisch want ik had geen flauw benul waar de PVDA toen voor streed, maar niet de programma’s bestudeerd. Overigens ging het hele politieke speelveld grotendeels aan mij voorbij, nationaal en internationaal.

Nu is dat eigenlijk in deze politiek turbulente tijden vrijwel onmogelijk. Ik keek een tijdje geleden nog een filmpje van Zondag met Lubach terug waarin de draak wordt gestoken hoeveel Nederland met de Amerikaanse verkiezingen bezig was. Eraan terugdenkend, deelde ik ook wel ongeloof en een zekere verontrusting toen de winnaar bekend was. Maarja, Amerika is toch wel een stukje verder weg dan Nederland.

En zo beland je anno 2017 in een situatie waarin je actief politiek gaat volgen. Want ja, erg geruststellend is het allemaal niet natuurlijk. En nee, zelf doe je er niet echt specifiek iets aan onder het mom buitenlands uit te zien, in het buitenland te zijn en niet te kunnen stemmen. Laten we de balans opmaken:

Voordeel:

  1. Je kunt meepraten. “Ja, Geert Wilders is een eikel. Maar hij is wel een van de weinige met een Limburgs accent regelmatig op de televisie, dus er is ook nog voor mij hoop!”
  2. Je hebt het gevoel iets toe te voegen. “Nee ik kan niet helpen. Ik ben politiek bewust onderzoek aan het doen om als zelfredzame burger een geïnformeerde stem uit te brengen.”
  3. Je hebt altijd iets om over te praten. “Ja. Laten we het anders over de verkiezingen hebben.”

Nadeel:

  1. Je hebt het idee dat er veel mensen zijn met radicaal andere ideeën. “Nederland uit de EU? Hoe dan?”
  2. Je ziet overal politici die ergens iets van vinden. “Meer blauw op straat. Blauw is het nieuwe zwart.”
  3. Je wordt ongelukkig van alle extreme discussies en meningsverschillen. “Het is erin of eruit.”

Toch maar goed dat die verkiezingen er dus maar eens in de zoveel jaar zijn. Nederland zou nog eens te spannend worden.

Tijd en spontaniteit

Een paar maanden geleden herlas ik dit artikel over de perceptie van tijd in verschillende culturen.

Toen ik in Peking studeerde, kwam ik voor het eerst langere tijd in aanraking met echte verschillen in tijdsperceptie. Zo waren van de internationale studenten de Duitsers altijd stipt op tijd, ik (tellend als Nederlander) in ieder geval niet meer dan 10 minuten te laat en kwamen de Fransen gerust 30 of meer minuten te laat aanzetten zonder waarschuwing.

In mijn ogen is luiheid hier niet het probleem (hoewel een Duitser dat ook weer anders zou kunnen zien). Na uitgebreid overleg (poldermodel!) gaf onze Fransman aan dat dit zijn gedrag de gebruikelijke gang van zaken was in Frankrijk. Zo gedragen wij ons natuurlijk (meestal) naar de manier die in onze landen normaal en geaccepteerd is. Kortom, we hebben in Europa nog genoeg te heggelen en steggelen (alweer!) , laat staan met een land aan de andere kant van de oceaan.

Maar dan toch China. Ik moet zeggen, nu ik hier wat langer woon, waardeer ik de Chinese manier van plannen wel. Het doet me een beetje denken aan mijn jeugd in Echt, in Limburg waar mijn ouders de achterdeur altijd open hadden (en hebben) staan voor iedereen die even binnen wil lopen. Lekker spontaan, niet teveel gedoe en ongedwongen.

Laten we eea even vergelijken:

Afspreken met Nederlanders

  1. Idealiter geeft een van beiden 3 weken van tevoren aan dat er afgesproken gaat worden.
  2. Vervolgens vindt de traditionele ‘kalenderuitwisseling’ plaats. Meestal zijn er in de komende drie weken minstens 5 dagen per persoon waarop iemand niet kan. Het is belangrijk om van iedere dag te benoemen welke activiteit plaatsvindt/waarom je niet kunt. Als we elkaar niet te zien krijgen, zijn we in ieder geval alweer iets meer op de hoogte van elkaar.
  3. Als je geen geschikte datum kunt vinden, bedank elkaar en spreek de hoop uit elkaar toch weer een keer te zien. Als je wel een datum kunt vinden, bespreek waar, wie en wanneer.
  4. In principe is het wenselijk om 10 minuten te vroeg, op tijd, of maximaal 10 minuten te laat aan te komen.
  5. Eventueel kan het voorkomen dat je niet kunt, laat dit op tijd (meestal 10-5 dagen) van tevoren weten.

Afspreken met Chinezen

  1. Maximaal 3 of 4 dagen van tevoren vragen om af te spreken. Ik had het een keer met een vriendin over volgende week, toen zei ze: ‘Oh zo lang nog. Daar hoeven we volgende week pas naar te kijken.’
  2. Stel een dag voor, of een reeks dagen. Een van de dagen is ongetwijfeld goed. Of je kunt aansluiten. Of alleen samen eten. Eten kan altijd.
  3. Als je de hele week voorbij bent, maar onverhoopt geen datum hebt, zeg dan dat je later nog eens kijkt. Dit kan volgende week zijn, maar ook enkele weken later. Als je wel kunt, spreek af waar je gaat eten.
  4. In principe kom je op tijd. Maar je kunt ook 30 minuten van tevoren aangeven dat je 10 minuten later komt. Of 30 minuten. Of 1,5 uur van tevoren laten weten dat het niet meer gaat lukken. Allemaal opties.
  5. Je kunt altijd last minute mensen meenemen. Of achterwege laten.

Nu is kort plannen niet altijd even praktisch, maar het schept ook mogelijkheden. In zekere zin maakt het het leven een stuk verrassender (alsof wonen in een ander land nog niet spannend genoeg is) en is het een stuk spontaner. Zo heb je de hele week vrij, maar snel genoeg vult die zich vanzelf wel naarmate de dagen vorderen. En de weken daarna, en de maanden en jaren. Zo gaat het maar door het hele jaar. Want Chinezen zien tijd als een cyclus. Maar dat voor een andere keer.